In Bwindi Impenetrable Forest volgen bezoekers met rangers smalle paden door varens, lianen en hoge bomen. Berggorilla’s leven op de steile, dichtbegroeide hellingen van dit regenwoud. Noordelijker ligt Queen Elizabeth National Park, waar olifanten langs het Kazingakanaal lopen en leeuwen in Ishasha soms in vijgenbomen rusten. Tussen die twee gebieden liggen akkers, kratermeren en dorpen langs rode aardewegen. Het landschap wisselt snel, maar de dagelijkse drukte blijft tastbaar: een markt, een taxipark, een pot bonen op het vuur.
Kampala beslaat een reeks heuvels aan de noordkant van het Victoriameer. Minibussen rijden af en aan bij de taxiparken. Op markten liggen bananen, ananassen, gedroogde bonen en felgekleurde stoffen op kramen. In Kasubi liggen vier koningen van Buganda begraven. Luganda klinkt op straat, terwijl Engels veel wordt gebruikt op school en in kantoren. Aan tafel staan vaak matoke, bonen, pindasaus en gegrild vlees. Een rolex is een chapati met omelet en groenten, opgerold voor onderweg.
Bij Jinja verlaat de Victoria-Nijl het Victoriameer. Verder stroomafwaarts stort het water bij Murchison Falls door een nauwe rotsspleet. In het oosten liggen de watervallen en koffieplantages van Sipi aan de voet van Mount Elgon. In het westen rijzen de Rwenzori op boven de vlakten, met bamboebos, reuzenlobelia’s en kale kammen. Wie na Bwindi ook tijd maakt voor Kampala, Jinja of de hooglanden, ziet een land dat veel meer laat zien dan één gorillatrekking. Ga kijken, proef mee en blijf vooral ook even hangen buiten de parken.
