Wie Kenia alleen kent van safari’s, mist een groot deel van het land. In Amboseli steken olifanten door het open grasland, met de Kilimanjaro op heldere dagen aan de horizon. In Nairobi rijden matatu’s langs kantoorgebouwen, markten en woontorens. Aan de kust staan huizen van koraalsteen in smalle stegen, waar handelaren uit Afrika, Arabië en Azië eeuwenlang kwamen en gingen.
In de centrale hooglanden liggen theevelden rond Kericho en koffieplantages op de hellingen ten noorden van Nairobi. De Grote Riftvallei snijdt verder westwaarts door het land, met meren, steile hellingen en donkere vulkanische grond. Samburu en Tsavo tonen een droger Kenia dan de grasvlakten uit veel natuurfilms: acacia’s, rood stof en lange afstanden tussen waterplaatsen.
Aan de Indische Oceaan verandert het menu mee. Koks gebruiken kokosmelk, limoen en specerijen bij vis en rijst. In het binnenland staan nyama choma en ugali vaak op tafel. Op Lamu vullen houten deuren, binnenplaatsen en dhows de oude stad. Nairobi laat weer een ander gezicht zien, met galeries, muziekpodia en restaurants tussen koloniale gebouwen en nieuwe flats. Neem de tijd voor het hoogland, de steden en de kust. Dan blijft Kenia niet bij één safarifoto, maar krijgt het land veel meer kleur.
