Van zwavelstoom naar houten balkons in Tbilisi
Bij de badhuizen hangt warme zwavelstoom boven vochtige baksteen. Een paar steile straten verder valt het licht op gebarsten pleisterwerk, houten galerijen en wasgoed in de binnenplaatsen van Sololaki.
Stoom tussen de koepels
De wandeling begint laag bij de grond. Langs Abano Street liggen roodbruine bakstenen koepels bijna gelijk met het plaveisel. Uit kleine openingen ontsnapt stoom; dezelfde gaten brengen daglicht naar de badkamers onder de straat. Het bronwater komt met ongeveer 37 tot 43 graden aan de oppervlakte. Op koude dagen tekent de damp scherp af tegen de buitenlucht.
Vocht maakt de baksteen donker. Tussen de koepels hangt de zwavelgeur van waterstofsulfide, herkenbaar en weinig subtiel. Rotte eieren is de oneerbiedige maar bruikbare vergelijking. De geur heeft ook iets mineraals, bijna medicinaals. Hij blijft niet keurig binnen de badhuizen, maar trekt door de smalle straten van Abanotubani.
De lage daken verklaren meteen de vorm van deze wijk. De badkamers liggen bij de hete bronnen onder straatniveau. Buiten staan dus geen hoge badpaleizen, maar ronde ruggen van metselwerk met openingen voor licht en lucht. De huidige badhuizen volgen een Iraans beïnvloede bouwtraditie, maar hun lage koepels dienen vooral het water dat hier uit de grond komt.
Daartegenover staat de gevel van Chreli Abano, hoog en opvallend na al dat gedempte roodbruin. Spitsbogen omlijsten tegels in blauw, roze, geel, groen en wit. Glas-in-lood vangt het daglicht. De straat houdt de blik intussen dicht bij de grond: bollingen van koepels, voegen in het plaveisel, donkere vochtplekken langs de rand.
Ovenwarmte aan Abano Street
Verderop aan Abano Street staat een tone, een cilindrische oven van klei. Bakkers vormen deeg en slaan het tegen de hete binnenwand. Daar bakken langwerpige shotis puri en ronde tonis puri. Uit de deuropening komt ovenwarmte. Na de zwavellucht volgt de geur van gebakken deeg als een nuchtere, aangename onderbreking.
Het brood verschijnt hier niet als culinair programmaonderdeel. De oven moet heet blijven, het deeg moet tegen de wand en de gebakken broden moeten er weer uit. Die handelingen geven deze paar meter straat hun warmte. Een brochure zou er vermoedelijk drie bijvoeglijke naamwoorden aan besteden. Het brood redt zich prima zonder.
Richting Meidan worden de koepels minder bepalend. De ruimte opent zich kort bij het drukkere knooppunt tussen Abanotubani en de oude stad. Vanaf daar klimt de weg naar Lado Asatiani Street, langs de steile rand van Kala en Kldisubani. Geen bord markeert de overgang naar Sololaki. De straat doet dat zelf, eerst met een helling en daarna met treden.
De straat wordt een trap
De doorgang vernauwt tussen huizen die dicht op de straat staan. Bredere straatvlakken maken plaats voor kasseien en treden. Houten balkons steken uit boven muren waarin vocht en ouderdom verschillende kleuren hebben achtergelaten. Sommige balustrades dragen fijn houtsnijwerk. Andere galerijen verdwenen achter ramen of platen, toen bewoners extra woonruimte maakten. Zulke aanpassingen komen veel voor bij de gedeelde galerijen van Tbilisi.
Bij Betlemi Street wordt de klim ondubbelzinnig. De straattrap telt ongeveer 120 treden over een lengte van circa 300 meter en verbindt Asatiani met de Beneden- en Boven-Betlemikerken. Versleten randen tonen waar schoenen jarenlang hetzelfde midden van een trede hebben geraakt. Muren, deuren en balkonstijlen staan vlak naast de passage.
De hoogte legt de bouw van de oude stad bloot. Tussen de huizen verschijnen daken, de flank van de heuvel en delen van Narikala. De kasseistraatjes rond de Betlemikerken volgen geen strak plan. Ze lopen omhoog en omlaag langs woonerven en dicht opeengepakte huizen. De route bestaat hier uit korte stukken: een trap, een vlakke richel, een bocht, opnieuw een helling.
Wie de hogere delen van Asatiani volgt en Sololaki in gaat, ziet de straatwand veranderen. De kleine, dicht opeenstaande oude stadsbebouwing maakt plaats voor aaneengesloten gepleisterde woonhuizen uit de negentiende eeuw. Sololaki verrees vanaf het midden van die eeuw op voormalige tuinen en landgoederen. Kooplieden en industriëlen lieten er woonhuizen en huurpanden bouwen met bewerkte gevels, ruime entrees en opvallende trappenhuizen.
Zonlicht op pleisterwerk
Op de hellende straten valt licht in iedere oneffenheid. Het ligt langs zware raamomlijstingen, consoles, bladmotieven en gebeeldhouwde koppen boven deuren en ramen. Op andere plekken is de dunne pleisterlaag losgeraakt en komt het metselwerk erachter tevoorschijn. Vocht en afwatering op de helling belasten baksteen en stucwerk.
Die slijtage maakt de deftigheid minder plechtig. Een sierlijke kroonlijst hangt boven een verkleurde regenpijp. Fijn ijzerwerk staat naast een haastig hersteld raam. Achter een boogportaal volgen soms marmer, terrazzo, beschilderde vlakken en metalen trapleuningen. Zulke materialen kwamen samen in de entrees van veel Sololaki-huizen.
Langs Amaghleba en Daniel Chonkadze loopt de straat nog altijd omhoog, maar de huizen staan nu in langere rijen. Winkels en kleine zaken gebruiken delen van de begane grond. Boven die puien liggen woningen, bereikbaar via zware deuren en donkere doorgangen. In de hogere straten zitten ook antiek-, vintage- en tweedehandszaken. Een open deur laat soms meer van het huis zien dan de gevel: een gang, een afgesleten traptrede, licht aan het einde.
Achter de zware deuren
Daar begint het andere Sololaki. Een poort onderbreekt de openbare straat en geeft toegang tot een gedeelde binnenplaats. Balkons, buitentrappen en houten galerijen verbinden meerdere woningen. De galerijen dienen als loopgang en verblijfsplek. Via het balkon loopt de weg naar de trap, het erf en een voordeur.
De materialen staan hier dichter op elkaar dan aan de straatzijde. Donker hout rust op consoles. Een ijzeren leuning volgt een steile trap. Pleisterwerk stopt bij blootliggende baksteen of bij een later aangebracht raam. Veel huizen werden in de Sovjetperiode verdeeld over meerdere huishoudens. Trappen, balkons en erven werden daardoor gedeelde verkeers- en leefruimten. Latere afsluitingen en aanbouwen zijn nog in het houtwerk te herkennen.
Het dagelijks werk blijft klein en zichtbaar. Wasgoed hangt aan lijnen tussen galerijen. Potten met tomaten staan waar de zon lang genoeg op de rand blijft. Bij sommige trappen staan een bank, een tafel of een oude kraan. Bewoners wasten kleding vroeger bij zo’n gemeenschappelijke kraan en droogden die op het erf. De meeste woningen hebben inmiddels eigen water; veel kranen staan er nog als overblijfsel.
Niet iedere binnenplaats is volledig open gebleven. Een auto neemt soms een deel van het erf in. Een hek sluit een hoek af. Een voormalige galerij verdween achter glas. Toch blijft de oude looplijn zichtbaar: van straat door de poort, over het erf naar de buitentrap en langs het balkon naar de woning.
Onder een houten galerij eindigt de klim. Boven de stenen vloer beweegt een wit laken even in de tocht; aan de onderste zoom hangt nog één houten wasknijper.
