Van koperklank naar winterwater

Van koperklank naar winterwater

In Baščaršija valt het winterlicht laag op natte kasseien. Koffie, vers brood en koper vullen een paar korte straten, tot de Miljacka onder bleke stenen bogen verschijnt.

De Sebilj in laag licht

Het winterlicht valt laag over het plein van Baščaršija. Het raakt de houten Sebilj, glijdt langs winkelpuien en blijft hangen op de bolle koppen van de kasseien. Vocht staat in de voegen. Bij ijs worden de stenen glad; ook zonder ijs vragen de versleten stenen om een vaste pas.

De Sebilj staat in het midden van de open ruimte. De houten fontein dateert uit 1753. Vanaf het plein lopen handelsstegen uiteen naar moskeeën, hanen, markten en kleine winkels. Na een paar stappen verdwijnen plein en fontein alweer achter luifels, etalages en houten kozijnen.

Vroeg op de ochtend blijven veel rolluiken dicht. Later verschijnt licht onder deuren en schuiven winkeliers dienbladen, kopjes en waren naar voren. Voetstappen klinken hard op de natte straat. Uit een openstaande deur komt de geur van koffie. Verderop mengt rook uit een bakkerij zich met de koude lucht.

De ochtend begint zonder groot vertoon. Een deur klapt dicht. Papier ritselt bij een toonbank. Dan tikt ergens een hamer op metaal.

Kazandžiluk: koper achter elke pui

Vanaf de Sebilj loopt Kazandžiluk oostwaarts. De straat buigt scherp naar het zuiden en komt uit op Bravadžiluk. De puien staan dicht op elkaar. Daardoor blijft alles dichtbij: het licht, de winkelwaar en het geluid uit de werkplaatsen.

Koperen schalen vangen het schuine licht. Džezve met lange stelen hangen boven dienbladen en kleine kopjes. Gegraveerde kannen staan in rijen tot aan de rand van de pui. Sommige voorwerpen glanzen roodgoud. Andere dragen donkere plekken en fijne sporen van de hamer. Koper valt hier moeilijk te negeren.

Achter open deuren staan werkbanken en aambeelden. Kleine stalen hamers tikken op dun metaal. Soms klinkt het ritme uit verschillende werkplaatsen tegelijk, al vanaf de Sebilj. Een hand houdt een schaal stil; een andere zet een beitel tegen het oppervlak. Bij sommige deuropeningen hangt een lichte, geschroeide geur van bewerkt koper.

Een koperslager hamert koper naast een aambeeld in de Kazandžilukstraat in Sarajevo.Een koperslager hamert koper naast een aambeeld in de Kazandžilukstraat in Sarajevo.

De naam van de straat verklaart de opeenhoping van metaal. Kazandžiluk betekent de straat van de koperslagers. Baščaršija ordende handel en ambacht van oudsher per beroep; in deze korte straat maken en verkopen winkels al meer dan vijf eeuwen koperen voorwerpen. Het verleden ligt niet achter vitrines. Het hangt aan haken, staat op planken en klinkt bij iedere hamerklap.

De natte kasseien glimmen tussen de smalle puien. Het geluid van koper blijft nog even hangen wanneer de straat de hoek om draait.

Bravadžiluk ruikt naar brood

In Bravadžiluk verschuift het straatbeeld. De naam verwijst naar slotenmakers, maar langs deze straat liggen nu vooral zaken voor pita en andere eenvoudige gerechten. Achter ruiten staan broden en bakplaten. Het scherpe koperwerk zakt weg naar de achtergrond. Ovendeuren, servies en papieren zakken maken zachtere geluiden.

Somun ligt rond en plat in de uitstalling, met het diepe patroon in het deeg. Bakkerijen verkopen ook brood, kifla en gebak. Pekara Imaret ligt achter een doorgang bij de Sahat-kula. De zaak oogt van buiten bescheiden, maar warme broodjes en gebak verdwijnen er in papieren zakken en de geur trekt de steeg in. Pekara Poričanin begon in 1923 op Baščaršija en is vooral verbonden met somun.

Bij een geopende bakkerijdeur stroomt vochtige warmte over de straat. Rook en broodlucht blijven kort onder een luifel hangen, voordat de koude lucht ze uiteen trekt. Daar doorheen komt de donkere, droge geur van geroosterde koffie.

In een koffiebranderij staat soms een zware stenen dibek. Het doffe slaan van gebrande bonen is hoorbaar voordat de koffiegeur de straat bereikt. Op een toonbank vormen een koperen džezva, een greeploos fildžan, een glas water en een suikerklontje het bekende beeld van Bosnische koffie. De koffie blijft in de pot terwijl het bezinksel zakt.

Steen rond de Gazi Husrev-begmoskee

Westwaarts rijzen de Gazi Husrev-begmoskee, de klokkentoren en de gebouwen eromheen boven de lage winkels uit. Moskee, madrasa, bibliotheek, Sahat-kula en bezistan vormen samen het grote stenen blok in de handelswijk. De muren en daken breken de reeks van houten puien en kleine winkelopeningen.

Water stroomt onder de vier kalkstenen bogen van de Šeher-Ćehajabrug in Sarajevo.Water stroomt onder de vier kalkstenen bogen van de Šeher-Ćehajabrug in Sarajevo.

Gazi Husrev-beg liet dit complex rond 1530 bouwen. De gebouwen boden ruimte aan openbaar leven, handel, opslag en reizigers. De zware muren, de smalle doorgangen en de overdekte markt laten die functie nog steeds zien.

Via Morića Han loopt de route naar een vierkante stenen binnenplaats met een fontein. De voormalige han is nu ook een plek voor koffie. De wanden dempen het straatgeluid. Een kopje raakt een schotel, een deur valt dicht en voetstappen keren terug naar Sarači.

Sarači droeg de naam van de zadelmakers. Ottomaanse kasseien lopen hier naar de messing lijn van Sarajevo Meeting of Cultures. Aan de ene kant liggen de lage, dichte bazaarstraten; aan de andere kant begint Ferhadija met bredere stoepen en Oostenrijks-Hongaarse gevels. Een dunne strook metaal in het plaveisel markeert de overgang.

Naar de Miljacka

Vanaf Sarači gaat de wandeling zuidwaarts. Koper verdwijnt uit de etalages. De koffiegeur blijft in de smallere stegen achter. Dichter bij de rivier mengen voetstappen en verkeersgeluid zich met elkaar.

Bij de Latijnse Brug verschijnt de Miljacka tussen stenen kades. De rivier loopt hier smal door de stad, onder lage, bleke stenen bogen. De brug draagt weinig versiering. Daardoor vallen de afgesleten stenen en de eenvoudige rondingen des te sterker op. Bij winterse nattigheid wordt het brugdek glad en zetten voetgangers hun schoenen vlakker neer.

Oostwaarts staat Vijećnica aan de rivier. De gestreepte zandstenen gevel, hoefijzerbogen en het reliëf boven de ingang verschillen scherp van het hout, koper en de lage puien van Baščaršija. Iets verderop draagt de Šeher-Ćehajabrug vier zichtbare kalkstenen bogen over het water. Puntige pijlers staan aan de stroomopwaartse kant; ronde openingen breken het metselwerk boven de bogen.

Onder het verkeer blijft de Miljacka hoorbaar. Water schiet tussen de pijlers door en slaat met een korte, harde klap tegen steen.