In Bonwire groeit kente draad voor draad

In Bonwire groeit kente draad voor draad

In Bonwire maken wevers geen brede lap, maar smalle banen waarin techniek, kleur en namen betekenis krijgen. Pas na het weven naaien makers die stroken tot de grote rechthoekige doeken die bij Asante-ceremonies en hedendaagse vieringen worden gedragen.

Bonwire en het hof van de Asante

Een maker in Bonwire windt garen op duaduwa-spoeltjes vóór het scheren.Een maker in Bonwire windt garen op duaduwa-spoeltjes vóór het scheren.

Bonwire, ten noordoosten van Kumasi, geldt als een centrum van het Asante-kenteweven. De plaatselijke overlevering voert het ambacht terug op Kuragu en Ameyaw, twee jagers die de verweven draden in het web van Ananse de spin zouden hebben bestudeerd. Zij experimenteerden eerst met raffia en toonden hun doek via het dorpshoofd aan Asantehene Osei Tutu I. De koning nam het weefwerk vervolgens op als koninklijke kunst.

Dat verhaal leeft in Bonwire, maar het maakt de plaats niet tot de enige bron van West-Afrikaanse weefkunst. Kente bouwde voort op oudere weeftradities en handelsnetwerken die onder meer zijde aanvoerden. Wevers rond het Asante-hof werkten verder met smalle, samengenaaide banen, geometrische motieven en nieuwe kleurstellingen. Families uit Bonwire raakten verbonden aan de monarchie en maken binnen de lokale traditie nog altijd stoffen voor de Asantehene.

Zijde, kostbaar garen en arbeidsintensieve patronen maakten kente lange tijd tot kleding voor koningen en andere hooggeplaatsten. De doeken verschenen bij bijzondere sociale en sacrale gelegenheden en konden in heiligdommen de kracht van godheden markeren. Nu dragen veel meer mensen kente bij huwelijken, naamgevingen, diploma-uitreikingen, festivals, begrafenissen en presidentiële inauguraties. De band met status en ceremonie blijft daarbij zichtbaar.

Eerst moeten honderden draden op hun plaats

Het werk begint niet bij het getouw. Katoen, zijde of rayon komt in strengen binnen en de maker windt het met een haspel of warpmolen op kleine spoeltjes, duaduwa. Daarna legt de maker de schering aan: de lange draden die de lengte van de geweven baan bepalen.

Op een warpmolen, raam of rijen pinnen lopen die draden parallel. De maker zet op vaste punten kruisingen vast, zodat honderden draden hun volgorde bewaren wanneer de bundel wordt afgerold. Een fout in die volgorde gaat mee naar het getouw.

Daarna spreidt de maker de schering uit in een kamvormige verdeler en brengt haar op spanning. Iedere draad gaat door het oog van een schacht en vervolgens met een haak door een spleet in het riet. Extra draden verstevigen de randen van de baan. Koorden verbinden de schachten met pedalen; die verbinding bepaalt welke scheringdraden bij elke trapbeweging omhooggaan.

Leerlingen nemen die voorbereiding niet over in een paar demonstraties. Zij leren binnen families, bij meesterwevers, in werkplaatsen, op scholen en in workshops. Eerst volgen het opwinden, scheren en inrijgen, daarna het opspannen, patroonzetten, weven en herstellen van fouten. Ook de namen en geschiedenis van doeken horen bij het vak.

Voeten openen de schering, handen voeren de kleur door

De traditionele Nsadua Kofi is een houten, horizontaal weefgetouw waaraan de wever zittend werkt. Het levert banen van ongeveer tien centimeter breed. Die maat bepaalt de constructie van een kente-doek.

Op het getouw herhaalt de maker een korte reeks bewegingen. Een voet drukt een pedaal in en de schachten openen de schering. Een hand stuurt de schietspoel met de inslagdraad door die opening. Daarna trekt de wever het riet naar voren om de nieuwe draad tegen het weefsel te slaan. Bij de volgende trapbeweging wisselt de opening.

Twee, vier of zes hevels kunnen de schering scheiden en geleiden. In een eenvoudig grondweefsel volgen voeten, handen, spoel en riet elkaar snel op. Voor een motief vertraagt het werk. De wever wisselt kleuren, kiest groepen draden en voegt soms extra inslag toe. Zo ontstaan driehoeken, wiggen, zandloperachtige figuren en dichte kleurvlakken.

Verticale strepen komen uit de schering. Horizontale lijnen en veel geometrische figuren worden met de inslag opgebouwd. Iedere baan krijgt een beginrand, een herhaald hoofdveld en een eindrand. De regelmaat vraagt dus om tellen, kiezen en herhalen.

Een patroon heeft een naam, geen woordenboekbetekenis

Kente wordt vaak teruggebracht tot een bont ‘Afrikaans patroon’. Daarmee verdwijnen de makers en de specifieke Asante-traditie uit beeld. De betekenis ligt niet vast in één motief of kleur, maar ontstaat uit het ontwerp, de naam van de doek, de gekozen kleuren en de gelegenheid waarop iemand hem draagt.

Kleuren dragen wel herkenbare associaties. Goud verwijst naar koningschap, rijkdom en spirituele zuiverheid; blauw naar vrede, harmonie en liefde. Zwart staat voor volwassenheid en de kracht van voorouders, groen voor groei en vruchtbaarheid, rood voor offer en strijd en wit voor zuiverheid en overwinning. De uitleg van een doek blijft verbonden aan de uitvoering en de context die de maker eraan geeft.

Ook namen spreken. Adweneasa betekent dat de wever zijn vaardigheden heeft uitgeput en verwijst naar meesterschap en technische rijkdom. Emaa Da, ‘het is nooit eerder gebeurd’, markeert een uitzonderlijke prestatie of een nieuw ontwerp. Fathia Fata Nkrumah eert Kwame en Fathia Nkrumah en verbeeldt eenheid; in Bonwire koppelen wevers hetzelfde ontwerp ook aan het spreekwoord dat één persoon geen land bestuurt.

Andere namen dragen hofgeschiedenis mee. Ammere Oyokoman is verbonden met de regerende Oyoko-clan. Historische beschrijvingen koppelen het golvende witte patroon van nkontompo ntama, het ‘leugenaarsdoek’, aan de Asante-koning als rechter. Meesterwevers kunnen ook nieuwe ontwerpen naar actuele personen of gebeurtenissen noemen.

De werkplaats is geen toneeldecor

In Bonwire werken meesters, jonge wevers, ontwerpers, verkopers en leerlingen naast en met elkaar. Lokale bronnen noemen onder anderen meesterwever Samuel Osae Bampo, de jonge wever Oliver Setchih Beiz, wever-verkoper Eric Afranie en Okyere Mafro, voorzitter van de vereniging rond het Kente Museum. Een plaatselijk collectief van veertig meesterwevers levert aan winkels in Ghana en aan buitenlandse opdrachtgevers.

Voor ceremonieel maatwerk bespreken makers gelegenheid, afmetingen, kleuren en patronen met een opdrachtgever. Zij weven daarnaast kleinere sjerpen en stoffen voor eigentijdse kleding, verkopen rechtstreeks aan bezoekers en bereiken klanten en diaspora-opdrachtgevers via sociale media. Een handgeweven doek is herkenbaar aan de echte draden en de samengenaaide stroken; een bedrukte stof kopieert alleen het uiterlijk.

Bezoekers kunnen het opwinden, scheren en weven bekijken wanneer een werkplaats of rondleiding dat aanbiedt. Een bezoeker vraagt vóór iedere foto toestemming aan de persoon die werkt, ook voor een detail van getouw of doek. Diegene wacht met vragen tot een patroonreeks is afgerond en raakt getouw, draden en schietspoel alleen aan wanneer de wever dat aanbiedt. Bij een aankoop helpen vragen naar de maker, het garen, het aantal banen en de naam van het ontwerp om het werk op zijn eigen voorwaarden te begrijpen.

Praktisch bezoek

Bonwire ligt ongeveer achttien kilometer ten noordoosten van Kumasi. Een taxi of trotro vanaf Kejetia richting Effiduase doet er doorgaans circa veertig minuten over. De laatst gepubliceerde tijden noemen dagelijks 08.00–17.00 uur voor Bonwire en 09.00–17.00 uur voor het weefcentrum. Leg vooraf afspraken vast over begeleiding, toegang, fotografie en een eventuele korte weefles, omdat werk en ceremonies het programma kunnen veranderen. Een privébezoek met toegang tot het weefcentrum kan vooraf worden geboekt.

Van smalle banen naar één doek

Een maker in Bonwire naait smalle kente-banen met de hand tot een brede doek.Een maker in Bonwire naait smalle kente-banen met de hand tot een brede doek.

Na het weven leggen de makers de voltooide banen in de juiste volgorde naast elkaar. Zij naaien de lange randen met de hand aaneen, zodat kleurstroken en motiefblokken over de naden doorlopen. De naad bouwt het raster van de grote rechthoekige doek.

De laatste baan komt smal van het getouw: strakgeslagen draden, verticale strepen en blokken van kleur. Naast de andere met de hand genaaide banen vormt hij de volle kente-doek, waarin wiggen, lijnen en kleurvlakken zonder onderbreking over het oppervlak doorlopen.