Paraguay laat zich niet vangen in één landschap. In Asunción verkopen marktkooplui maniok en kruiden, terwijl mensen op straat Spaans met Guaraní mengen. Ten oosten van de Paraguay-rivier liggen akkers, yerbamatéplantages en lage groene heuvels. Aan de overkant begint de Chaco, met doornbos, palmen, zandwegen en veehouderijen onder een open hemel. Wie verder kijkt dan de grote buren, vindt hier een land met een eigen taal, keuken en geschiedenis.
Op Mercado 4 in Asunción liggen textiel, elektronica, kruiden en groente dicht naast elkaar op de kramen. In Casa de la Independencia staan meubels en documenten uit 1811, het jaar waarin Paraguay zich losmaakte van Spanje. Veel inwoners schakelen in een gesprek tussen Spaans en Guaraní. De gemengde spreektaal Jopará klinkt ook op radiozenders en in populaire muziek.
Ten zuiden van de hoofdstad staan de ruïnes van La Santísima Trinidad de Paraná. Guaraní en jezuïeten bouwden er in de achttiende eeuw een nederzetting met stenen bogen, woonhuizen en een grote kerk. Bij Encarnación stroomt de Paraná langs de stad. Verder landinwaarts groeien yerbamaté en andere gewassen op de rode grond. In de drogere Chaco liggen de mennonitische kolonies rond Filadelfia. Het Museo Histórico Jakob Unger vertelt daar over de komst van de kolonisten en het leven in deze streek. Neem plaats voor een koude tereré, proef chipa of sopa paraguaya en hoor hoe twee talen het dagelijks leven kleuren.
