Wie Guyana vanaf de kust binnenkomt, ziet eerst zeedijken, afwateringskanalen en houten huizen. Ten zuiden van Georgetown begint al snel een wereld van brede rivieren en dicht regenwoud. Daar vervangen boten vaak de weg. Kleine vliegtuigen vliegen naar landingsbanen bij dorpen en lodges, terwijl rivierboten langs begroeide oevers varen. Bij Kaieteur Falls valt de Potaro-rivier 226 meter in één brede stroom een beboste kloof in. Verder naar het zuidwesten liggen de open savannes van de Rupununi, met veeboerderijen en dorpen van onder meer de Macushi en Wapishana.
In Georgetown staan houten woonhuizen, kerken en overheidsgebouwen langs kanalen die Nederlandse kolonisten aanlegden. Op Stabroek Market verkopen handelaren fruit, vis en kruiden onder de gietijzeren markthal. De klokkentoren staat boven de kramen aan de rand van de Demerara-rivier. Aan de zeedijk verzamelen inwoners zich voor de wind en het uitzicht op de modderige Atlantische kust.
De stad draagt ook de sporen van plantages, slavernij en contractarbeid. Na de afschaffing van de slavernij brachten Britse plantagehouders arbeiders uit India, Madeira en China naar de kolonie. Die geschiedenis proef je in roti met curry, cook-up rice en pepperpot, een stoofpot met cassareep van cassave. In dorpen in het binnenland bakken bewoners cassavebrood en koken ze met lokale vis en wild volgens eigen gebruiken. Georgetown, de rivieren en de Rupununi laten elk een ander Guyana zien. Neem de tijd om voorbij de kust te kijken en maak kennis met het land op zijn eigen tempo.
