Wie naar de witte gipspatronen op de lemen huizen van Sanaa kijkt, ziet hoe precies bouwers met aarde, hout en pleisterwerk werkten. In de stegen staan hoge gevels dicht naast moskeeën en winkels. Shibam heeft een heel ander straatbeeld. Daar rijzen smalle, hoge torenhuizen uit de vlakke Hadramautvallei. Beide steden gebruikten leem als bouwmateriaal, maar hun straten, landschap en geschiedenis verschillen meteen van elkaar.
In de oude wijken van Sanaa verkopen handelaren specerijen, rozijnen en jambiya’s: gebogen dolken die veel Jemenitische mannen bij feestelijke kleding dragen. Tegen de westelijke berghellingen liggen terrassen met koffieplanten. Vanuit Mokha verscheepten handelaren vanaf de zestiende eeuw koffiebonen naar havens aan de Rode Zee en naar Europa.
In Hadramaut volgen palmen en akkers de brede wadi. Shibam en Tarim steken met hun lemen huizen boven de dalbodem uit. Voor de zuidkust ligt Socotra, met drakenbloedbomen die brede, platte kronen dragen en woestijnrozen met dikke stammen. Veel planten op het eiland groeien nergens anders.
Aan tafel liggen vaak platbrood, bonen en rijst. Saltah, een hete stoofpot, komt in een stenen schaal op tafel. Sanaa, Hadramaut en Socotra tonen drie heel verschillende gezichten van Jemen. Kijk vooral verder dan de bekende torenhuizen; in de markten, op de koffiehellingen en onder de vreemde boomkronen liggen de details die bijblijven.
