Op de stenen wallen van Bahrain Fort kijk je over de zee naar de buitenwijken van Manama. Op deze plek vonden archeologen sporen van Dilmun, een handelsrijk dat duizenden jaren geleden schepen uit Mesopotamië en de Indusvallei ontving. Manama groeide later uit tot een dichtbebouwde hoofdstad met kantoren, winkelcentra en moskeeën. In de straten tussen de torens werken nog goudhandelaren, kleermakers en kruideniers. Dat verschil tussen oud en nieuw maakt Bahrein de moeite waard.
In Muharraq herinneren koopmanshuizen, pakhuizen en een voormalige oesterbank aan de parelhandel, die Bahrein tot het begin van de twintigste eeuw vormde. Langs het UNESCO-parelpad staan gerestaureerde huizen met binnenplaatsen, houtsnijwerk en muren van koraalsteen. Aan de kust bouwen ambachtslieden nog houten dhows volgens oude technieken. Rond A’ali liggen grafheuvels tussen woonwijken en pottenbakkerijen.
Bij Bab Al Bahrain begint de souq van Manama, met goudwinkels, kruidenstalletjes en kleermakers. Op tafel staan machboos met gekruide rijst, vis of vlees. Bij vis verschijnt vaak zoete muhammar. Sjiitische dorpen, soennitische moskeeën, een oude hindoetempel en kerken vertellen samen over handel en migratie. Loop niet alleen langs de skyline, maar blijf ook hangen in Muharraq, de souq en de oude wijken. Daar zie je hoe mensen in Bahrein wonen, werken en eten.
