In Bratislava wandel je langs de Donau, onder barokke gevels door en voorbij woonblokken uit de socialistische tijd. In de Hoge Tatra lopen gemarkeerde paden naar bergmeren onder granieten toppen. Daartussen liggen ommuurde stadjes, oude mijnplaatsen en dorpen waar schapenkaas in stevige gerechten belandt. Die afwisseling geeft Slowakije zijn karakter.
Boven Spišské Podhradie rijzen de muren en torens van de burcht van Spiš op. In Levoča staan herenhuizen rond een groot middeleeuws plein, met de stadsmuur er vlak achter. Banská Štiavnica ligt tussen beboste heuvels en oude mijnschachten. Mijnwerkers haalden hier eeuwenlang zilver en goud uit de grond. Ze legden ook stuwmeren aan voor hun machines.
In de Hoge Tatra rijdt een bergtrein langs de hellingen tussen Starý Smokovec en Štrbské Pleso. Wandelaars volgen vanaf de dorpen de paden naar meren en berghutten. Op tafel staan vaak aardappelen, kool en zuivel. Bryndzové halušky combineert aardappeldeeg met zilte schapenkaas en meestal spek. Berghutten schenken geregeld kapustnica, een soep met zuurkool. In het oosten staan houten kerken bij dorpen waar Slowaakse, Roetheense en Hongaarse gebruiken naast elkaar voortleven. Blijf na Bratislava nog even doorreizen naar de bergdalen en de oude steden; daar laat Slowakije zich van zijn beste kant zien.
