De kerk van Sint-Johannes bij Kaneo staat hoog boven het Meer van Ohrid. Beneden glinstert het water, achter de kerk lopen smalle straten langs oude huizen en fresco’s. Een paar uur rijden verder schenken cafés in Skopje Turkse koffie naast de Oude Bazaar, terwijl betonnen flats en grote pleinen de andere oever van de Vardar vullen. Die verschillen geven Noord-Macedonië zijn gezicht.
In Ohrid staan tientallen kerken tussen geplaveide straten en houten balkons. Vissersdorpen liggen aan de zuidkant van het meer, bij bronnen en beboste hellingen. Bij het Prespameer zitten pelikanen en andere watervogels in de rietvelden langs de grenzen met Griekenland en Albanië.
Skopje draagt de sporen van verschillende eeuwen zichtbaar met zich mee. In de Oude Bazaar verkopen goudsmeden, leerbewerkers en kruidenwinkels hun spullen achter lage puien. Over de Vardar staan brede boulevards, standbeelden en gebouwen uit de wederopbouw na de aardbeving van 1963. Buiten de hoofdstad liggen bergweiden, dorpen en kloosters in het Šargebergte en Nationaal Park Mavrovo.
Aan tafel komen tavče gravče, gegrilde paprika’s, shopska-salade en zoet gebak op tafel. Macedonische en Albanese keukens hebben elk hun eigen gerechten en gewoonten. Bij beide horen sterke koffie en een lange maaltijd met familie of gasten. Blijf na Ohrid ook hangen voor Skopje, een bergdorp of een lunch aan het meer; daar laat het land zich rustig zien.
