Luxemburg is klein genoeg om de verschillen snel naast elkaar te zien. In Luxemburg-stad rijzen de kazematten en bastions op boven de dalen van de Alzette en de Pétrusse. Beneden liggen de smalle straten en terrassen van Grund. Op het Kirchberg-plateau staan de gebouwen van de Europese instellingen naast het Mudam, het museum voor moderne kunst. Die twee stadsdelen liggen slechts een paar minuten van elkaar, maar tonen een heel ander Luxemburg.
Ten noorden van de hoofdstad liggen de beboste hellingen en rivierdalen van de Éislek. Kasteel Vianden kijkt uit over de Our en de huizen in het dal. In het Mullerthal voeren wandelpaden langs zandstenen rotsen, smalle kloven en beukenbossen. Na een wandeling sta je vaak snel weer bij een dorpscafé of bushalte.
Langs de Moezel verzorgen wijnmakers de druiven voor riesling, auxerrois en crémant. In Belval herinneren de hoogovens aan de staalindustrie. Die fabrieken trokken arbeiders uit veel Europese landen naar het zuiden van het land. Op straat hoor je Luxemburgs, Frans, Duits en andere talen. Op de kaart staan lokale gerechten, waaronder judd mat gaardebounen: gerookt varkensvlees met tuinbonen. Trek dus niet alleen door Luxemburg-stad. Drink een glas crémant in een wijndorp, daal af naar Grund en maak tijd voor de bossen en kastelen in het noorden.
