Liechtenstein laat zich niet vangen in één beeld. Langs de Rijn lopen vlakke fietspaden tussen akkers, bedrijven en dorpen. Een paar kilometer verder klimmen druivenranken tegen zonnige hellingen op en begint de weg naar Triesenberg en Malbun. Aan de overkant van het dal liggen de Zwitserse bergen. Boven Vaduz staat het kasteel van de vorstelijke familie tussen de bomen. Het kasteel is niet van binnen te bezoeken, maar vanaf de voet van de heuvel zie je goed hoe dicht hoofdstad, wijngaarden en bergen bij elkaar liggen.
Vaduz heeft geen uitgestrekt oud centrum. Aan de hoofdstraat staan het Kunstmuseum Liechtenstein, het postmuseum en moderne gebouwen dicht bij elkaar. Net buiten de kern verbouwen wijnboeren pinot noir. Verder zuidwaarts torent Burg Gutenberg boven Balzers uit. Wandelaars kunnen over het terrein rond de middeleeuwse burcht lopen; de binnenruimtes blijven meestal gesloten.
Hoger op de helling ligt Triesenberg. Afstammelingen van Walsergemeenschappen spreken hier nog een eigen Duits dialect. Het Walsermuseum toont hoe boeren op de steile berghellingen woonden en werkten. De weg loopt daarna door naar Malbun, een klein bergdorp met wandelpaden in de zomer en skipistes in de winter. Op tafel verschijnen Käsknöpfle met kaas en gebakken ui, naast gerechten uit Zwitserland en Oostenrijk. Wie het vlakke Rijndal en de dorpen erboven op dezelfde dag ziet, krijgt een helder beeld van dit kleine land. Ga er rustig kijken en blijf vooral ook voor een maaltijd in de bergen.
