Albanië past niet in één beeld. Aan de Ionische Zee liggen kiezelbaaien onder steile hellingen. In het noorden snijden diepe dalen door de Albanese Alpen, met kalkstenen pieken en stenige passen. Tussen kust en bergen liggen steden waar Ottomaanse huizen, Italiaanse gevels en betonnen flats naast elkaar staan. Die sporen van verschillende tijden zie je niet alleen in musea, maar ook op pleinen, in woonwijken en langs gewone straten.
In Berat staan witte huizen met rode daken dicht tegen de helling. Binnen de muren van de burcht wonen nog steeds mensen. Kleine orthodoxe kerken bewaren er iconen. In Gjirokastër lopen stenen huizen omhoog naar de vesting. De geplaveide straten en zware leistenen daken stammen uit de Ottomaanse tijd. Bunkers en voormalige gevangenissen herinneren aan de decennia waarin de communistische dictatuur het land afsloot.
Tirana laat weer een ander gezicht zien. Rond het Skanderbegplein staan de Et'hem Bey-moskee, gebouwen uit de Italiaanse periode en musea in voormalige bunkers. In cafés staan kleine koppen sterke koffie op tafel. Bakkerijen verkopen byrek met kaas of spinazie. Op menukaarten staan yoghurt, bonen en langzaam gegaard vlees. Buiten Tirana verandert het decor snel. De weg naar Theth gaat langs bergwanden en beekdalen. Aan de zuidkust liggen dorpen boven helder water, met olijfbomen op de terrassen. Blijf hangen voor een lunch aan zee, loop door een oude stadswijk en kijk ook verder dan de stranden. Albanië heeft genoeg plekken die je nog even bijblijven.
