Bij de Mirafloressluizen zakken vrachtschepen in betonnen kolken en varen ze verder tussen de bomen langs het kanaal. Aan de andere kant van Panama-Stad staan glazen kantoortorens boven de baai. In Casco Viejo lopen mensen langs balkons, kerken en huizen met afgebladderde gevels. Panama brengt die beelden dicht bij elkaar: een kanaal voor de wereldhandel, een hoofdstad aan de Stille Oceaan en oude wijken waar de Spaanse koloniale tijd nog zichtbaar is.
Rond het Gatúnmeer varen schepen langs groene oevers. In het bos leven apen en toekans. Aan de Caribische kust staan de forten van Portobelo, gebouwd in de tijd dat Spanje zilver uit Zuid-Amerika naar Europa verscheepte. Verder oostelijk liggen de eilanden van de San-Blasarchipel. Guna-gemeenschappen beheren er veel eilanden en bepalen waar bezoekers aan land kunnen.
In de westelijke hooglanden rond Boquete groeien koffieplanten op vulkanische hellingen. Het weer is daar koeler dan in Panama-Stad. Aan de Caribische kant van de provincie liggen de eilanden van Bocas del Toro, met houten huizen op palen, mangroven en zandstranden. Ook op tafel zie je het verschil tussen kust en hoogland. In Panama-Stad ligt ceviche op de kaart. In Caribische dorpen koken mensen vaker met kokos, bakbanaan en rijst. Wie verder kijkt dan het kanaal, vindt een land met scherpe verschillen op korte afstand. Ga erheen, drink een kop lokale koffie en blijf ook hangen voor de kust.
