Guatemala pakt je met plekken die vlak bij elkaar heel anders ogen. Aan het Meer van Atitlán liggen houten aanlegsteigers voor helder water, met groene vulkaanhellingen achter de dorpen. Boeren verbouwen daar koffie en maïs op steile akkers. In Santiago Atitlán en San Juan La Laguna klinkt Tz’utujil op straat en op de markt. Verkoopsters dragen geweven huipiles, naast kramen met pepers, avocado’s en manden vol fruit. De kleuren en patronen verschillen per gemeenschap. Mayacultuur leeft hier niet alleen tussen stenen ruïnes, maar ook in taal, kleding, landbouw en religieuze feesten.
In Petén steken de tempels van Tikal boven het regenwoud uit. De stad was tussen de derde en negende eeuw een belangrijk politiek centrum in de Mayawereld. In Antigua staan gebarsten kerken, ingestorte kloosters en lage huizen rond geplaveide straten. Aardbevingen tekenden de voormalige koloniale hoofdstad. In veel oude panden werken nu ambachtslieden, koffiebranders en hoteliers.
Maïs staat dagelijks op tafel, als tortilla of tamal en in pepián, een stoofpot met geroosterde zaden, pepers en specerijen. Rond Antigua, Atitlán en Cobán groeien koffieplanten op uiteenlopende hoogtes en bodems. Zo wisselen een ochtend op een hooglandmarkt, een kop koffie in een oud huis en een wandeling tussen de tempels van Tikal elkaar af zonder dat Guatemala zijn eigen gezicht verliest. Blijf gerust nog even hangen in de dorpen, markten en straten buiten de bekendste bezienswaardigheden.
