Op de rotsrand van de Santa Ana-vulkaan ligt een turkooizen kratermeer onder je. Beneden groeien koffieplanten in donkere vulkaangrond. Aan de kust wachten surfers bij El Zonte en El Tunco op lange golven. El Salvador is klein, maar de weg van een koele vulkaanhelling naar een warm strand duurt vaak maar een paar uur.
Langs de Ruta de las Flores liggen koffieplaatsen als Juayúa en Concepción de Ataco. Muurschilderingen vullen er de gevels. Op marktdagen bakken verkopers pupusas van maïs- of rijstdeeg, met kaas, bonen of varkensvlees. Verder noordwaarts staan in Suchitoto witgepleisterde huizen aan straten met kinderkopjes. Ambachtslieden verven er textiel met indigo, een kleurstof die al voor de Spaanse kolonisatie werd verhandeld.
Ook de recente geschiedenis heeft een adres. Het Museo de la Palabra y la Imagen in San Salvador toont materiaal over de burgeroorlog en het dagelijks leven in die jaren. In de Iglesia El Rosario valt gekleurd licht door een gebogen betonnen dak. Bij Joya de Cerén liggen de resten van een Mayadorp dat vulkaanas rond het jaar 600 bedekte. Je ziet er huizen, opslagplaatsen en akkers van gewone boeren, niet alleen tempels en paleizen. Trek dus ook tijd uit voor deze plekken, bestel onderweg een pupusa en blijf nog even zitten op een plein of aan zee.
