Asjchabad trekt meteen de aandacht met witte marmeren ministeries, brede boulevards en gouden monumenten tegen de uitlopers van het Kopet-Daggebergte. Een paar uur rijden naar het oosten liggen de resten van Merv onder de open hemel. Zon en wind tekenen daar op stadsmuren, mausolea en de verweerde lemen vestingen van Groot en Klein Kyz Qala. In de hoofdstad staan gebouwen in strakke rijen; bij Merv liggen lagen van eeuwen boven op elkaar. Op beide plekken lieten heersers zien wie de macht had.
Merv groeide aan de Zijderoute uit tot een handelsstad met meerdere ommuurde kernen. Het mausoleum van sultan Sanjar staat er nog altijd als herinnering aan de Seltsjoeken, die vanuit deze streek een groot rijk bestuurden. Noordelijker rijzen de minaretten en grafgebouwen van Köneürgenç op uit een kale vlakte. Bij Gonur Depe brachten archeologen de resten van een veel oudere nederzetting in de Murghabdelta aan het licht.
De Karakum beslaat het grootste deel van Turkmenistan. Irrigatiekanalen, dorpen en kuddes kamelen doorbreken er de zandvlakte. In huizen en op markten liggen Turkmeense tapijten met roodbruine wol en herkenbare motieven van families en regio’s. Die patronen staan ook op de nationale vlag. Op tafel komen plov met rijst en vlees, rond brood uit de tamdyr-oven en groene thee. Aan de Kaspische Zee heeft Türkmenbaşy een haven, Sovjetgebouwen en stranden. Wie hier rondkijkt, ziet hoe woestijn, oude steden en dagelijks leven naast elkaar bestaan. Kom kijken met tijd voor de plekken tussen de grote monumenten.
