Weinig landen tonen hun bezoekers zo nadrukkelijk een samengesteld beeld als Noord-Korea. In Pyongyang lopen brede lanen naar pleinen en monumenten. Bij de Paektuberg kijk je uit over een vulkaankrater en het Hemelmeer. In Kaesong staan stadspoorten, een confucianistische academie en graven uit de Koryo-periode. Die plekken laten elk een andere laag van het land zien, maar bezoekers zien ze binnen een vast programma. Begeleiders regelen vervoer, hotels en bezoeken. Zelf een andere straat inslaan of een stop toevoegen kan meestal niet.
Pyongyang vormt voor de meeste bezoekers het vertrekpunt. De metro ligt diep onder de grond; kroonluchters, mozaïeken en marmeren perrons bepalen het beeld op de stations. Langs de Taedong-rivier staat de Juchetoren. Op het Kim Il Sung-plein vinden parades en andere grote bijeenkomsten plaats. In restaurants staat naengmyeon uit Pyongyang op tafel: koude boekweitnoedels in bouillon, vaak met vlees, ei en groente.
Buiten de hoofdstad maken woonblokken en pleinen plaats voor oude muren, akkers en bergen. Kaesong bewaart sporen van het middeleeuwse koninkrijk Koryo. De Paektuberg ligt op de grens met China. Een steile rand omringt daar het Hemelmeer, met bossen en hoogvlakten op de lagere hellingen. De berg komt terug in Koreaanse overleveringen en in Noord-Koreaanse staatsbeelden. Juist tussen die oude plaatsen, landschappen en zorgvuldig gekozen stops ontstaat een ongewoon beeld van het land. Wie er terechtkan, vindt in de details veel om naar te kijken.
