Op de Malediven liggen resorteilanden en dichtbebouwde vissersdorpen soms binnen dezelfde atolring. Buiten het rif slaan golven op de oceaan. In de lagune blijft het water vaak vlak. Dat zie je terug in de smalle zandbanken, lage eilanden met kokospalmen en vaargeulen waar dhoni’s tussen de riffen varen. Wie verder kijkt dan de bungalows boven het water, ziet ook het dagelijkse eilandleven en de oude handelsroutes over de Indische Oceaan.
In Malé staan flats, moskeeën, kantoren en vismarkten dicht naast elkaar. De oude Vrijdagmoskee, Hukuru Miskiy, bestaat uit bewerkte blokken koraalsteen. Bij de haven lossen vissers geelvintonijn en gestreepte tonijn. Die vis komt terug in mas huni, een ontbijt van fijngemaakte tonijn, kokos, ui en chili. Op bewoonde eilanden vullen moskeeën, scholen, kleine winkels en aanlegsteigers de straten.
In Addu-atol verbinden wegen en bruggen enkele eilanden. Resten van een Britse luchtmachtbasis herinneren daar aan de Tweede Wereldoorlog. Fuvahmulah vormt één groot eiland en tegelijk een eigen atol, met zoetwatergebieden in het binnenland. Langs South Ari-atol zwemmen geregeld walvishaaien. In Hanifaru Bay verzamelen manta’s zich in het seizoen. Stap aan boord van een dhoni, eet vis met kokos en kijk vanaf het strand naar de volgende boot in de lagune.
