In Botswana eindigt water niet in zee, maar in het zand van de Kalahari. De Okavango stroomt vanuit de Angolese hooglanden naar het noorden van het land en splitst daar in geulen, lagunes en rietvelden. Een mokoro glijdt door smalle watergangen, nijlpaarden liggen in diepe plassen en olifanten steken tussen de eilanden over. Een paar uur verderop liggen droge vlakten met doornstruiken, stof en een wijde hemel. Dat verschil tussen water en zand geeft Botswana zijn eigen gezicht.
Moremi Game Reserve beslaat een deel van de delta met moeras, eilanden en drogere savanne. In het noordoosten stroomt de Chobe langs rivierbos en grasland. Olifanten verzamelen zich er aan de oever, terwijl visarenden boven het water cirkelen en ijsvogels vanaf takken duiken. Het waterpeil verandert per seizoen. Daardoor verschuiven de plekken waar dieren grazen en de routes voor boten en voertuigen.
De Makgadikgadipannen tonen een ander beeld. In droge maanden ligt er een brede, witte zoutvlakte. Na regen blijft ondiep water staan en groeit er gras. In het westen dragen de rotswanden van Tsodilo duizenden rotstekeningen, gemaakt over vele eeuwen. Op tafel staan vaak seswaa, langzaam gestoofd vlees, en bogobe van sorghum. Veeteelt blijft belangrijk, naast mijnbouw en toerisme. Kom voor een rustige tocht per mokoro, een middag aan de Chobe of een wandeling langs de rotsen van Tsodilo.
