Acht treinritten waar het spoor het uitzicht tekent
Op deze acht lijnen ligt het spoor niet als een rechte streep in het landschap. Tunnels, lussen, viaducten en rivieroevers bepalen wat er buiten het raam verschijnt en waarom een trein hier bocht na bocht neemt.
De Flåmsbana daalt van Myrdal naar het fjord
Vanaf Myrdal daalt de Flåmsbana zonder tandrad of kabels naar Flåm. Over het grootste deel van de lijn bedraagt de helling 55 promille en de scherpste bochten hebben een straal van 130 meter. Twintig tunnels, sneeuwgalerijen en een keerlus houden het gewone spoor op de steile, lawinegevoelige dalwand.
Bij Kjosfossen stopt de trein naast de waterval. Meteen daarna draait een tunnel 180 graden in de rots. Door een opening in een sneeuwgalerij verschijnt Flåmsdalen weer, nu van hogerop. Lager in het dal lopen de rails naast de Flåmselvi en bergboerderijen; de rivier gaat op drie plaatsen door watertunnels onder de spoorbaan. De lijn verbond Myrdal ooit met de fjordhaven en de stoomschepen op de Sognefjord.
De Berninalijn klimt van Chur naar Tirano
Tussen Chur en Tirano verbinden de Albula- en Berninalijn Zwitserland met Italië. Op het noordelijke deel houden gemetselde viaducten, keertunnels en spiraallussen de helling binnen de perken. Bij Landwasser rijdt de trein over een gebogen stenen viaduct rechtstreeks een tunnel in de rotswand in.
Na Pontresina klimt de lijn naar Ospizio Bernina, met Lago Bianco naast het spoor. Bij Alp Grüm ligt de Palügletsjer aan de overkant. Daarna daalt de trein via Poschiavo naar Brusio, waar een open cirkelviaduct hoogte verliest zonder tandrad. Tussen wegen en huizen loopt het spoor verder naar Tirano, waar palmen de gletsjerzone vervangen. De Albula- en Berninalijn bedienen nog altijd dorpen in de regio, naast de panoramatreinen.
De West Highland Line steekt Rannoch Moor over
Na Glasgow volgen de Clyde, Loch Long en de bossen rond Crianlarich. Ten noorden van dat station draait de trein door de Horseshoe Curve onder Ben Dorain. Daarna ligt de baan op het veen van Rannoch Moor, met Corrour als het hoogstgelegen station van het Britse hoofdnet.
Voorbij Fort William draagt het Glenfinnan-viaduct de lijn in 21 betonnen bogen over de River Finnan. Ingenieurs lieten het massabeton rond 1900 onbedekt, een vroege Schotse keuze voor deze ruige plek. Vanaf de verhoogde bocht liggen Loch Shiel en het monument voor de Jacobitische opstand van 1745 in beeld. Daarna volgen Loch Eilt, Loch Ailort en de zandige kust bij Morar. Bij Mallaig komen Skye en de veerboten in de haven in zicht.
Tussen Belgrado en Bar volgen tunnels en bruggen elkaar op
De lijn uit 1976 gaf Belgrado een rechtstreekse spoorverbinding met de Adriatische haven van Bar. Reizigerstreinen delen het spoor nog steeds met goederenvervoer van en naar de haven.
In Montenegro klimt de trein via Bijelo Polje en Kolašin tot boven duizend meter, om daarna naar Podgorica af te dalen. De hele lijn telt 254 tunnels en 435 bruggen. Twintig kilometer voor Podgorica ligt het Mala Rijeka-viaduct: een enkelsporige stalen vakwerkbrug op betonnen pijlers, 498,8 meter lang en 198 meter boven de rivier. Aan beide kanten sluiten tunnels bijna meteen op de brug aan. Ten zuiden van Podgorica ligt het open water van het Skadarmeer naast de baan; na de Sozina-tunnel eindigt de rit aan de kust in Bar.
De Main Line loopt door de theehooglanden naar Ella
De lijn vanuit Kandy klimt door plantagegebied dat het spoor zelf hielp vormen. Vanaf 1864 vervoerden treinen koffie uit het binnenland naar Colombo; nadat koffieroest de oogst trof, nam thee die plaats in. De negentiende-eeuwse spoorbouw beperkte grondverzet en lange bruggen, met krappe bochten langs de hellingen als gevolg.
Rond Nanu Oya liggen de thee-estates hoog. Bij Pattipola maken ze plaats voor laag wolkenbos. Na Ohiya volgen tunnels en smalle richels, en bij Idalgashinna openen de zuidelijke vlakten onder de bergflank. Voorbij Ella staat de Nine Arches Bridge, gemetseld uit lokale steen, baksteen en cement zonder staalwapening. Bij Demodara draait het spoor om een heuvel en gaat het in een korte tunnel onder zichzelf door; de lus gaf de trein ruimte om hoogte te winnen in een smal dal. Lokale en intercitytreinen gebruiken deze lijn naast bezoekers aan de hooglanden.
De TranzAlpine boort door de Southern Alps
Vanuit Christchurch rijdt de TranzAlpine eerst over de agrarische Canterbury Plains. Bij Rolleston buigt de trein de Midland Line op, naar de gevlochten bedding van de Waimakariri en de bergen bij Springfield.
Daar klemt het spoor zich tegen de steile oevers van de Waimakariri-kloof. Vijftien korte tunnels en vier hoge viaducten overbruggen het terrein; het Staircase Viaduct staat 73 meter boven de kloof. Na Arthur’s Pass volgt de 8,5 kilometer lange Ōtira-tunnel, die sinds 1923 onder de hoofdkam doorloopt. Aan de westkant liggen nattere, groenere rivierdalen en oud bos. Via Lake Brunner daalt de trein naar Greymouth.
De California Zephyr steekt een continent over
De California Zephyr rijdt van Chicago via de vlakten van Nebraska naar Denver, vervolgens door de Rockies en het droge binnenland van Utah en Nevada, en bereikt Californië via de Sierra Nevada. Sinds 1983 rijdt Amtrak deze dagelijkse verbinding; in verschillende kleine plaatsen onderweg vormt zij de enige interstedelijke treinverbinding.
Na Denver gaat de trein door de Moffat Tunnel onder de Continental Divide. Daarna volgt de lijn de Colorado River door de nauwe Gore-, Byers- en Glenwood Canyons, waar water, rotswand en rails dicht bij elkaar liggen. In Californië klimt het spoor opnieuw, langs de Truckee River en Donner Lake, en daalt daarna naar de Carquinez Strait en San Pablo Bay. De Sightseer Lounge heeft panoramaruiten voor deze lange stukken raamwerk.
Praktisch voor de acht ritten
De Flåmsbana rijdt het hele jaar tussen Myrdal en Flåm, met een seizoensafhankelijke dienstregeling. Voor de Bernina Express is een zitplaatsreservering verplicht, naast het gewone trajecttarief of een geldige pas. De West Highland Line rijdt tot drie keer per dag naar Mallaig. Tussen Belgrado Centar en Bar rijden een dag- en nachttrein; voor een couchette of slaapplaats is reserveren nodig. De rechtstreekse rit Kandy–Ella is onderbroken, maar tussen Nanu Oya, Ella en Badulla rijden treinen; gereserveerde plaatsen gaan dertig dagen tevoren in verkoop. Boek de TranzAlpine, California Zephyr en Rocky Mountaineer vooraf. De Zephyr rijdt dagelijks naar Emeryville, met een aansluitbus naar San Francisco. Rocky Mountaineer rijdt van april tot oktober als tweedaagse dagtrein met een hotelnacht in Kamloops.
De First Passage rijdt de Rockies binnen bij daglicht
Rocky Mountaineers First Passage to the West vertrekt tussen de velden van de Fraser Valley. Verderop perst de Fraser River zich bij Hell’s Gate als wit water door een nauwe kloof. In Kamloops onderbreekt een hotelnacht de rit; deze trein rijdt overdag.
Op de tweede dag volgen de meren van Shuswap, Rogers Pass en Kicking Horse Canyon. Bij Kicking Horse Pass verminderen twee Spiral Tunnels de steile helling met ondergrondse haarspeldbochten aan weerszijden van de Continental Divide. Taluds, rotsinsnijdingen, sneeuwschuren en tunnels tonen het werk aan de transcontinentale spoorlijn, die Oost- en West-Canada in 1885 verbond. Duizenden onderbetaalde Chinese arbeiders verrichtten gevaarlijk werk bij de aanleg.
Glazen koepelrijtuigen en buitenplatforms houden de canyonwanden boven de raamrand. Vlak voor Banff staat Castle Mountain naast het spoor. Daarna rijden de rijtuigen tussen de Rocky Mountain-toppen het eindstation binnen.
