De Donau snijdt bij de Đerdapkloof door steile, beboste hellingen en passeert de middeleeuwse vesting Golubac. Dat beeld is een goede reden om verder te kijken dan Belgrado. In de hoofdstad komen de Donau en de Sava samen onder het fort van Kalemegdan. Overdag zitten mensen op terrassen en doen ze boodschappen op de markt; ’s avonds vullen cafés en clubs de straten. Ten noorden van de stad liggen de vlakke akkers van Vojvodina. Zuidelijker maken heuvels, orthodoxe kloosters en oude Ottomaanse sporen het landschap weer heel anders.
Servië lag eeuwenlang tussen grote rijken, en dat zie je terug in de straten. In Novi Sad staan pastelkleurige huizen en kerktorens uit de Habsburgse tijd tegenover de vesting Petrovaradin aan de Donau. In Niš herinneren het fort en de Schedeltoren aan de Ottomaanse periode en de Servische opstanden. Het klooster Studenica bewaart middeleeuwse fresco’s in een witmarmeren kerk. Elke plek laat een ander hoofdstuk zien zonder dat de steden op elkaar gaan lijken.
Aan tafel blijft het even concreet. Bij de bakker haal je burek met kaas of vlees. In een kafana komen gegrild vlees, kajmak en brood op tafel. In Vojvodina vind je vaker stoofgerechten en zoet gebak. Op markten liggen paprika’s voor ajvar naast tomaten, kaas en fruit van het seizoen. Ga zitten aan de rivier, loop een kleiner centrum in en neem de tijd voor een lange maaltijd: Servië laat zich goed bekijken aan een tafel of op een plein.
