Andorra is klein op de kaart, maar in de dalen wisselt het beeld snel. Langs de Valira staan in Andorra la Vella winkelstraten, flats en kuuroorden. Een paar kilometer verder klimmen wegen naar dorpen met leistenen daken, dennenbossen en pistes. Op de hellingen staan romaanse kerken van grijze steen. Ze herinneren aan een tijd waarin boeren, herders en smeden het leven in deze dalen bepaalden.
Bij Canillo staat Sant Joan de Caselles, een kerk uit de elfde en twaalfde eeuw met een slanke Lombardische klokkentoren. De stenen muren steken af tegen de steile helling erachter. In Ordino laat Casa d’Areny-Plandolit zien hoe een rijke familie woonde die geld verdiende met ijzer en land. Houten meubels, boeken en gebruiksvoorwerpen vullen de kamers.
Ten zuiden van de hoofdstad loopt de Madriu-Perafita-Clarorvallei omhoog. Wandelaars passeren droge stenen muren, herdershutten en sporen van ijzerwinning. Herders brachten hier eeuwenlang vee naar de hooggelegen weiden en haalden hout uit de bossen. Aan tafel blijven de bergkeuken en de Catalaanse traditie zichtbaar. Trinxat komt op het bord met aardappel, kool en spek; escudella met vlees, groenten en pasta. Ga een kerk binnen, loop een dal in of schuif aan in een dorpsrestaurant. Dan zie je hoe oud boerenland en het huidige Andorra naast elkaar bestaan.
