Brunei laat zich niet vangen in één beeld. In Bandar Seri Begawan staat de Omar Ali Saifuddien-moskee aan een lagune, met marmeren zuilengangen en een gouden koepel. Aan de andere kant van de Brunei-rivier ligt Kampong Ayer. Bewoners lopen daar over houten steigers en stappen in watertaxi’s naar scholen, moskeeën en winkels op palen. Brede wegen en grote overheidsgebouwen herinneren aan de olie-inkomsten die het sultanaat hebben gevormd.
Langs de rivier staan mangroven waar neusapen leven. Achter de kustvlakte begint het regenwoud van Temburong. Vanuit Bangar varen lange, smalle boten over bruine rivieren naar Ulu Temburong National Park. Daar loopt een stalen brug boven de boomkruinen. Het bos beslaat een groot deel van Brunei, terwijl de meeste inwoners langs de kust en de rivier wonen.
Op de avondmarkt van Gadong grillen verkopers kip, vis en saté. Bij andere kramen liggen kuih, kleine zoete hapjes, en ambuyat: kleverige sagopap die je met een bamboevork in saus doopt. Het Royal Regalia Museum toont ceremoniële draagstoelen, kronen en geschenken uit de geschiedenis van het sultanaat. Wandel langs de rivier, eet op de markt en trek het bos in; dan zie je Brunei voorbij de gouden koepels.
