De Zambezi stort bij de Victoriawatervallen over een brede basaltwand de kloof in. Op de paden aan de Zimbabwaanse kant loop je langs varens en palmen, met uitzicht op verschillende delen van de waterval. Als de rivier veel water voert, hangt nevel boven de kloof. In drogere maanden zie je de rotswand en losse waterstromen scherper. Verder landinwaarts maken de nevel en het basalt plaats voor grasland, mopanebos en ronde granietkoppen.
In Hwange National Park lopen olifanten tussen waterplaatsen en bos. Zebra’s, giraffen en antilopen staan op de open vlakten. Zuidelijker vormen de Matoboheuvels een heel ander beeld. Grote granietblokken liggen er op elkaar en op rotswanden staan schilderingen van mensen en dieren die San-gemeenschappen achterlieten.
Bij Masvingo staan de muren van Groot-Zimbabwe, ooit het centrum van een middeleeuws handelsrijk. Bouwers stapelden granietblokken zonder mortel tot hoge muren, doorgangen en een kegelvormige toren. De naam Zimbabwe verwijst naar deze stenen bouwwerken. In Harare en Bulawayo staan sadza, groenten, bonen en stoofvlees op tafel. Op markten liggen manden, houtsnijwerk en felgekleurde stoffen. Bulawayo heeft koloniale gevels en een spoorwegmuseum met locomotieven uit de tijd dat spoorlijnen mijnsteden met Zuid-Afrikaanse havens verbonden. Wie verder kijkt dan de waterval, vindt in Zimbabwe ook oude stenen, stille heuvels en levendige steden. Kom kijken en neem er de tijd voor.
