Een ochtend in de medina van Tunis begint met het tikken van koperslagers en de geur van koffie. Buiten de stad liggen de ruïnes van Carthago tussen villa’s en pijnbomen boven de Golf van Tunis. Even verderop klimt Sidi Bou Saïd met witte muren en blauwe deuren tegen de heuvel op. Die plekken laten meteen zien hoeveel gezichten Tunesië heeft: een drukke hoofdstad aan zee, oude stenen uit de Romeinse tijd en dorpen waar het dagelijks leven zich op straat afspeelt. Verder zuidwaarts nemen de olijfgaarden rond Sfax het landschap over. Bij Chott el Jerid ligt een brede zoutvlakte die in de hitte wit en roze kan kleuren. In de dorpen rond Tataouine staan ksour: lemen opslagruimtes die Berberfamilies vroeger voor graan en olie gebruikten. Op Djerba staan witgekalkte huizen, lage moskeeën en de El-Ghribasynagoge dicht bij werkplaatsen van pottenbakkers en wevers.
El Jem heeft een amfitheater dat nog altijd hoog boven de omliggende huizen uitsteekt. In Kairouan staan de binnenplaats en gebedszaal van de Grote Moskee naast winkels die makroudh verkopen, zoete gebakjes van griesmeel en dadels. De steden verschillen van elkaar, maar op de markt zie je overal dezelfde dagelijkse dingen: olijven, kruiden, brood en stapels keramiek.
Ook aan tafel komen kust en binnenland samen. In vissersplaatsen ligt gegrilde vis op het menu. In steden en dorpen verschijnt couscous met groenten, lam of zeevruchten. Harissa geeft stoofpotten en broodjes pit, terwijl een brik met ei en tonijn een snelle, eenvoudige hap blijft. Trek tijd uit voor een kop muntthee op een terras, een wandeling door een medina en een maaltijd in een buurtrestaurant. Dan komt Tunesië het best dichtbij.
