In Togo liggen de viskramen van Lomé, de koffievelden bij Kpalimé en de lemen huizen van Koutammakou verrassend dicht bij elkaar. Rond Lomé liggen stranden, lagunes en drukke straten vol taxi’s en marktkramen. Verder landinwaarts maken palmen en akkers plaats voor beboste heuvels. Bij Kara wordt het droger en opener. In Koutammakou wonen Batammariba-families in takienta: huizen van leem met ronde torens, graanschuren en platte daken. Families onderhouden deze huizen en bewerken de akkers eromheen al generaties lang.
In Lomé vullen verkopers de Grand Marché met rollen stof, groenten, pannen en andere huishoudelijke spullen. Auto’s, motortaxi’s en handkarren bewegen door de straten rond de markt. Langs de kust staan oude koloniale panden naast werkplaatsen en kantoorgebouwen. Bij het Togomeer ligt Togoville, met kerken, heiligdommen en plaatsen voor voodoo-rituelen.
Rond Kpalimé groeien cacao en koffie op de hellingen. Ambachtslieden snijden hout, weven textiel en bewerken kalebassen. Op tafel staan vaak pâte van maïs, fufu van yam of cassave, met een saus van tomaat, pinda, okra of bladgroenten. Aan de kust serveren koks daar gegrilde vis bij. In het noorden staan takienta tussen velden en dorpen; mensen wonen, koken en bewaren er hun oogst. Neem de tijd voor een markt in Lomé, een maaltijd langs de weg en de dorpen van het noorden. Daar zie je Togo in alledaagse handelingen.
