Bij Meroë staan tientallen steile piramides afzonderlijk in het zand. De vorsten van het koninkrijk Kush lieten hier hun graven bouwen; de bouwwerken zijn kleiner en steiler dan de piramides in Egypte. Verder stroomopwaarts liggen de tempelruïnes en koningsgraven bij Jebel Barkal. De Nubiërs zagen deze tafelberg als een heilige plek. Langs de Nijl liggen de resten van koninkrijken die handel dreven met Centraal-Afrika, Egypte en de Rode Zee.
In Khartoem komen de Witte en de Blauwe Nijl samen. Ten noorden van de hoofdstad liggen akkers, dadelpalmen en dorpen in een smalle groene strook langs het water. Daarachter begint de woestijn. In Nubische dorpen vallen gevels met felle, geometrische schilderingen op. Op tafel komen ful van tuinbonen, kisra van sorghum en stoofgerechten die mensen uit één schaal eten.
Suakin laat een andere kant van het land zien. De haven ligt op een koraaleiland aan de Rode Zee en verbond Afrika eeuwenlang met Arabië. Vervallen huizen van koraalsteen en Ottomaanse gevels herinneren aan die handel. Langs de kust groeien mangroven en liggen koraalriffen onder het heldere water. Wie zich verdiept in de Nijlvallei, de Nubische oudheid en Suakin, ziet hoe verschillende tijden hier naast elkaar liggen. Soedan ontvangt je met sporen in het zand, thee op tafel en een lange geschiedenis langs het water.
