Wie op de Seychellen alleen naar het strand kijkt, mist de rest van het land. Mahé, Praslin en La Digue trekken de meeste bezoekers met wit zand en helder water. Achter de kust staan beboste graniethellingen. In dorpen, plantages en kleine havens zie je hoe bewoners op deze afgelegen eilandengroep wonen en werken.
Op Mahé lopen smalle wegen tussen de kust en steile hellingen. In Victoria verkopen marktkooplui vis, kruiden en fruit bij Sir Selwyn Selwyn-Clarke Market. Creoolse huizen staan er vlak bij een kleine hindoetempel. Landinwaarts groeien kaneelbomen en tropische planten langs de paden in Nationaal Park Morne Seychellois. Aan eenvoudige tafels liggen gegrilde vis, octopuscurry, rijst en pittige chutneys. Die gerechten laten Afrikaanse, Franse en Indiase invloeden zien.
Op Praslin groeien de grote zaden van de coco de mer in Vallée de Mai. Op La Digue fietsen bewoners en bezoekers langs huizen, aanlegsteigers en stranden met ronde granietblokken. De eilanden delen de Creoolse taal en geschiedenis, maar Mahé is drukker dan het rustige La Digue. Op Cousin en Curieuse beschermen rangers broedende zeevogels, mangroven en reuzenschildpadden. Ga na een stranddag ook langs een markt, een bos of een dorp. Daar zie je de Seychellen op hun dagelijksst.
