De Congorivier bepaalt het beeld van Brazzaville. Vanaf de Corniche kijk je uit over breed water, vissersboten en veerponten. Aan de andere oever liggen de hoge gebouwen van Kinshasa. In Brazzaville zelf staan de groene daken en bakstenen bogen van de Basilique Sainte-Anne tussen drukke straten en markten. De stad draagt ook de sporen van de École de Poto-Poto. Schilders uit deze stroming zetten dansers, markten en straatleven in heldere kleuren op doek. Buiten de hoofdstad volgen savanne, moeras en regenwoud elkaar op.
De spoorlijn tussen Brazzaville en Pointe-Noire legt een zwaar hoofdstuk uit de koloniale geschiedenis bloot. Bij de aanleg van de Congo-Océan stierven duizenden dwangarbeiders. In Pointe-Noire ruik je de Atlantische Oceaan en de haven. Even buiten de stad liggen stranden, lagunes en de geërodeerde kloven van Diosso.
Verder naar het noorden ligt nationaal park Odzala-Kokoua, met regenwoud en open bosmoerassen. Bij open plekken in het woud komen laaglandgorilla’s, bosolifanten en buffels drinken en foerageren. Zo staan het stadsleven aan de rivier, de kunst van Poto-Poto, de kust en het woud niet ver van elkaar. Wie rustig kijkt, ziet een land met scherpe verschillen en veel eigen gezichten. Neem daar de tijd voor.
