In Lagos varen forenzen over de lagune en schuiven auto’s over de lange bruggen naar Lagos Island. Tussen kantoortorens, koloniale gevels en betonnen winkelpanden werken filmmakers aan Nollywood-producties. Vanuit studio’s, clubs en kleine opnamelokalen klinkt afrobeats over de stad. Op markten liggen pepers, gedroogde vis en bergen yam naast stapels stoffen. Lagos toont het tempo van een miljoenenstad, maar ook het gewone werk van handelaren, koks en makers.
Verder landinwaarts krijgt Nigeria een ander gezicht. In Ile-Ife liggen terracotta en bronzen hoofden in het museum; ze laten het vakmanschap van het oude Yoruba-koninkrijk zien. In het Osun-Osogbo-bos bij Osogbo staan heiligdommen en beelden tussen hoge bomen. Tijdens het jaarlijkse Osun-festival komen priesters, kunstenaars en bezoekers hier bijeen.
Rond Abuja rijst Zuma Rock op uit het groene grasland. De granieten rots ligt langs de weg naar Kaduna en steekt ver boven de omgeving uit. In Kano herinneren stadspoorten van leem en de indigoverfputten van Kofar Mata aan de handelsgeschiedenis van het noorden. Daar verven ambachtslieden nog steeds stoffen met indigo.
Aan tafel komen de regio’s opnieuw samen. Koks serveren jollofrijst, gestampte yam, egusisoep en suya, vaak volgens een eigen streekrecept. Wie Nigeria verder verkent dan Lagos, ontmoet steden met elk hun eigen handel, talen, geloofspraktijken en keuken. Ga kijken, proef mee en neem de tijd voor die verschillen.
