De lemen minaret van de Grote Moskee rijst boven de platte daken van Agadez uit. Vanuit deze stad trokken karavanen eeuwenlang naar zoutmijnen en handelsplaatsen in de Sahara. Ten noorden van Agadez steken de donkere rotsen van het Aïrgebergte af tegen brede zandvlaktes. Toeareg-smeden maken er zilveren kruisen en sieraden naar vormen die binnen families worden doorgegeven. Het droge noorden bepaalt vaak het beeld van Niger, maar langs de rivier in het zuiden ziet het land er heel anders uit.
In Niamey loopt de Niger langs tuinen, rijstvelden en vissersboten. Op de markten liggen gierst, gedroogde pepers, stoffen en leren sandalen op kramen. Bij Kouré grazen giraffen in het struikland aan de overkant van de rivier. Verder stroomafwaarts snijdt de Niger een grote bocht door het grensgebied van het W Nationaal Park, met savanne en wetlands.
Veetelers trekken met runderen, geiten en kamelen tussen tijdelijke weidegronden. Boeren verbouwen vooral gierst en sorghum rond dorpen in het zuiden. In de steden hoor je Hausa en Zarma naast Frans, Fulfulde en Tamasheq. Muzikanten bespelen kalebassen, trommels en snaarinstrumenten. Bij Toeareg-bijeenkomsten klinken handgeklap en zang rond de tende-trommel. Kijk in Niger dus niet alleen naar de zandvlaktes, maar ook naar de rivier, de markten en de oude leemsteden.
