De Niger snijdt een brede boog door Mali, langs vismarkten, akkers en lemen dorpen. Bij de rivier verbouwen boeren rijst en gierst. Verder noordwaarts maken groene oevers plaats voor droge Sahelgrond en zand. Handelaren volgden die lijn eeuwenlang met boten en karavanen. Hun sporen staan nog in de steden langs de rivier.
In Djenné staat de Grote Moskee, opgetrokken uit leem en hout. De uitstekende houten balken dienen als steigers wanneer vaklieden de gevel opnieuw bepleisteren na zon en regen. Op de markt wisselen vis, graan, stoffen en vee van eigenaar. In Mopti meren pinasses aan met vissers, handelaren en hun lading.
Timbuktu groeide door de karavaanhandel uit tot een centrum voor islamitische wetenschap. Families en bibliotheken bewaren er handschriften over recht, sterrenkunde en poëzie. Bij de Klif van Bandiagara liggen Dogon-dorpen tegen de rotswand. Bewoners onderhouden er bouwtradities, talen en maskerdansen.
Bamako klinkt heel anders. Muzikanten mengen oude melodieën met gitaar, blues en pop. Op de markten liggen pinda’s, gedroogde vis, rijst en felgekleurde stoffen naast elkaar. Een bord tigadèguèna, met pindasaus en rijst of gierst, past daar goed bij. Kijk verder dan de hoofdstad en volg de Niger in gedachten langs moskeeën, markten en muziek.
