Madagaskar laat zich niet vangen in één landschap. In het vochtige bos bij Andasibe roepen indri’s vanuit de bomen en springen sifaka’s tussen de takken. In het droge westen staan Grandidierbaobabs langs wegen van rode aarde. Op het koelere hoogland verbouwen boeren rijst op terrassen tussen huizen van baksteen en leem. Antananarivo spreidt zich over heuvels, met steile trappen, markten en gebouwen uit verschillende tijden. De afstand tussen die plekken is groot, maar het contrast zie je al in een bord rijst, een rood zandpad en de dichte begroeiing langs een bospad.
Gidsen in Andasibe lopen met bezoekers over paden tussen varens en bamboe en speuren in de bomen naar maki’s. Bij Morondava staan de baobabs in open land, waar de lucht droog is en de horizon ver reikt. In Tsingy de Bemaraha sneed regenwater diepe kloven en smalle doorgangen uit de kalksteen. Op de hoogvlakte liggen rijstvelden naast dorpen. Aan de vochtige noordoostkust verzorgen boeren vanille-orchideeën, terwijl boeren in drogere streken cassave verbouwen.
Boven de drukke winkelstraten van Antananarivo staan het paleiscomplex Rova, negentiende-eeuwse kerken en gevels uit de Franse koloniale tijd. Rijst staat meestal op tafel, met laoka van groente, vis, varkensvlees of zebu. Langs de kust vullen vis en zeevruchten de maaltijd aan. Neem de tijd voor de hooglanden, de markten en de bossen. Daar krijgt Madagaskar veel meer reliëf dan alleen de bekende laan met baobabs.
