Leptis Magna laat meteen zien waarom de Libische kust meer is dan een strook tussen zee en woestijn. Over de oude stenen straten staan zuilen, badhuizen en de boog van Septimius Severus nog overeind. Achter de ruïnes ligt de blauwe Middellandse Zee. Verder oostwaarts staan de Griekse tempels van Cyrene op een hoogvlakte boven de kust. Ten zuiden van die kuststrook beginnen vlaktes van steen en zand, waar oude handelswegen oases met elkaar verbonden.
In Tripoli liggen verschillende eeuwen binnen een paar straten van elkaar. In de medina staan moskeeën, huizen met binnenplaatsen en overdekte passages uit de Ottomaanse tijd. Italiaanse gevels en arcades aan de rand van de oude stad herinneren aan de twintigste eeuw. Op tafel komen couscous, kruidige shorba en bazin: een stevige deegkoepel met tomatensaus.
Verder zuidwaarts bouwden bewoners van Ghadames een stad die tegen de hitte bestand was. Lemen muren, smalle overdekte stegen en witgekalkte kamers houden de zon buiten. Op de daken lopen paden tussen de huizen. In het Acacusgebergte tonen rotstekeningen runderen, jagers en menselijke figuren uit een tijd waarin de Sahara natter was. Bij de Ubari-zandzee liggen meren tussen hoge duinen en palmen. Wie zich verdiept in de steden, huizen en rotsen van Libië, ziet een land met veel meer lagen dan alleen kust en woestijn. Kijk vooral verder dan de eerste ruïnes.
