Rond Maseru liggen akkers, zandstenen rotsen en brede rivierdalen. Verder oostwaarts klimmen de wegen naar de hooglanden, waar rivieren diepe kloven in het basalt hebben uitgesleten. Bij Semonkong stort de Maletsunyane Falls 192 meter langs een donkere rotswand omlaag. Op hoge passen wisselen zon, wind en sneeuw snel. Ronde stenen huizen staan verspreid op de hellingen. Op paden die voor auto’s te smal of te steil zijn, dragen Basotho-pony’s bagage en handelswaar.
In de lagere dorpen verbouwen boeren maïs, sorghum en bonen. Papa, een stevige maïspap, komt vaak met gestoofd vlees of groenten op tafel. Op straat, te paard en bij plechtigheden dragen veel Basotho een wollen deken. De patronen en de manier waarop mensen de deken omslaan, verschillen per gelegenheid.
Koning Moshoeshoe I gebruikte Thaba Bosiu in de negentiende eeuw als bergvesting en bracht verschillende groepen samen in de Basotho-natie. In Morija liggen oude documenten, fossielen en voorwerpen uit die geschiedenis. Maseru vormt een duidelijk tegenbeeld van de bergdorpen. Auto’s vullen de hoofdstraten en marktverkopers leggen dekens, hoeden en huisraad op hun kramen. Buiten de stad beginnen al snel kale hellingen en diepe dalen. Neem de tijd voor een nacht in de hooglanden, een gesprek bij een lodge of een wandeling met een lokale gids.
