Abidjan laat meteen zien waarom Ivoorkust meer is dan een hoofdstad aan zee. Glazen kantoortorens staan er langs brede lagunes en dichtbebouwde wijken. Op de Ébrié-lagune varen vissers in houten pirogues langs de oevers, terwijl veerboten werknemers naar hun kantoor brengen. In maquis grillen koks vis en kip. Daarbij komen attiéké, gebakken bakbanaan en pepersaus op tafel. Verder landinwaarts verandert het beeld snel. Yamoussoukro, de officiële hoofdstad, heeft brede lanen en de enorme basiliek Notre-Dame de la Paix, die onder president Félix Houphouët-Boigny werd gebouwd.
In Grand-Bassam, ten oosten van Abidjan, staan huizen met veranda’s, oude handelspanden en koloniale bestuursgebouwen langs rustige straten. De stad was aan het eind van de negentiende eeuw korte tijd de Franse koloniale hoofdstad. Achter de huizen loopt de kuststrook tussen de Atlantische Oceaan en de lagune.
In Nationaal Park Taï groeit dicht regenwoud waar chimpansees, bosolifanten en dwergnijlpaarden leven. Rond Man rijzen granieten bergen op boven rijstvelden en cacaoplantages. Noordelijker maakt het woud plaats voor savanne. Rond Korhogo maken wevers en houtsnijders stoffen en beelden met patronen uit de Sénoufo-tradities. Op de markten liggen yams, cassave, mango’s en gedroogde vis. Rijst, foutou en sauzen van pinda’s of palmnoten vormen veel maaltijden. Ga zitten in een maquis, kijk rond op de markt en geef ook de plaatsen buiten Abidjan een paar dagen.
