Voor de kust van Guinee-Bissau liggen de Bijagós-eilanden, waar houten pirogues door smalle mangrovegeulen varen. Het getij legt slikplaten droog en vult de geulen enkele uren later weer met water. Op eilanden als Bubaque en Bolama liggen dorpen, rijstvelden en Portugese koloniale gebouwen dicht bij elkaar. Op het vasteland snijden brede riviermondingen diep het land in. Langs die waterwegen vissen mensen, verbouwen boeren rijst en vervoeren schippers passagiers en goederen.
In Bissau staan lage huizen en oude pakhuizen aan brede, stoffige straten. Op de Bandim-markt verkopen handelaren vis, fruit, stoffen en huishoudelijke spullen. Bij de haven tillen schippers zakken rijst, kratten en fietsen in houten boten. De stad bewaart ook sporen van de onafhankelijkheidsstrijd, die in 1974 een einde maakte aan het Portugese koloniale bestuur.
In Cacheu staat een klein fort aan de rivier. De rivier maakte eeuwenlang deel uit van de Atlantische slavenhandel. Het plaatselijke slavernijmuseum laat die geschiedenis zien met voorwerpen en documenten. Buiten de steden bepalen rijst, vis en cashewnoten veel van het werk en het eten. Bij de lunch staat vaak rijst op tafel, met vis, vlees of een saus van pinda's en palmolie. Op de Bijagós-eilanden houden gemeenschappen ceremonies en gebruiken in stand, naast visserij en rijstbouw. Kijk rond op de markt, stap aan boord bij de haven en blijf even hangen in de rivierplaatsen.
