Djibouti laat in een klein gebied scherpe verschillen zien. Bij Lac Assal ligt een witte zoutoever rond mineraalblauw water, met donkere vulkanische ruggen op de achtergrond. Het meer ligt ongeveer 155 meter onder zeeniveau. Verder naar het westen staan bij Lac Abbé kalkstenen schoorstenen in een droge, open vlakte. Aan de Golf van Tadjoura maken koraalriffen, stranden en steile bergen het beeld compleet.
Een groot deel van Djibouti ligt in de Afardriehoek, waar aardplaten uit elkaar bewegen. Scheuren in de grond, oude lavastromen en warme bronnen tonen dat proces aan de oppervlakte. Aan de kust ziet het land er anders uit. Vissersboten en excursieboten varen over de Golf van Tadjoura tussen Djibouti-stad, Tadjoura en kleine eilanden. In het seizoen komen walvishaaien dicht bij de kust, waar planktonrijk water voedsel brengt.
Rond Place Mahmoud Harbi in Djibouti-stad staan arcades en gebouwen uit de Franse koloniale tijd naast markten en eenvoudige eethuizen. Somaliërs, Afars en families met Arabische wortels spreken er Frans, Arabisch, Somali en Afar. Op tafel komen gekruide rijst, gegrild vlees en lahoh: een zachte, lichtzure pannenkoek uit de Hoorn van Afrika. Wie bij Lac Assal begint, kan daarna de kust, de straten van de hoofdstad en een maaltijd aan een gedeelde schaal leren kennen. Djibouti is klein genoeg om die verschillen dichtbij te zien; ga er vooral zelf kijken.
