Op Grande Comore torent de actieve schildvulkaan Karthala boven dorpen, bananenplanten en de Indische Oceaan uit. Zwarte lavavelden lopen er tot aan de kust, met daartussen kleine zandbaaien en Moroni. In de smalle straten van de hoofdstad staan stenen huizen en moskeeën dicht op elkaar. De drie eilanden hebben elk een eigen gezicht. Grande Comore is vulkanisch en relatief droog. Anjouan heeft steile, groene hellingen. Mohéli is klein en heeft beschermde kustwateren.
In Moroni loopt de oude medina naar de haven en de Vrijdagmoskee aan zee. Houten deuren, binnenplaatsen en voormalige handelshuizen laten de banden met Oost-Afrika, Madagaskar en de Arabische wereld zien. Op straat hoor je Comorees; op winkelborden en bij overheidsgebouwen staat ook Frans en Arabisch.
Op de vochtige hellingen van Anjouan groeien kruidnagel, vanille en ylang-ylang. Op stranden van Mohéli komen groene zeeschildpadden aan land om eieren te leggen. Rijst, cassavebladeren met kokosmelk, bakbananen en gegrilde vis staan vaak op tafel. In dorpen bepalen gebedstijden het dagritme. Grote bruiloften brengen families dagenlang bijeen. Kijk verder dan Moroni, drink een kop thee in een kustdorp en proef de eilanden op je eigen tempo.
