Benin is smal op de kaart, maar onderweg verandert het beeld snel. Aan de Golf van Guinee varen pirogues langs paalwoningen en liggen markten vol vis, stoffen en groente. Verder landinwaarts staan de lemen paleizen van Abomey, waar reliëfs het verhaal van de koningen van Dahomey vertellen. In Ouidah liggen voduntempels en koloniale gebouwen naast de route waarlangs gevangenen vroeger naar slavenschepen werden gebracht.
Water bepaalt het dagelijks leven aan de kust. Op het Nokouémeer varen houten pirogues tussen de paalwoningen van Ganvié. Op de Dantokpa-markt in Cotonou verkopen handelaren stoffen, vis, groente en keukenspullen. Porto-Novo oogt rustiger, met huizen uit de Afro-Braziliaanse bouwtraditie en musea over de koninkrijken en volken van het land.
Ten noorden van de kust maken dichtbebouwde dorpen en akkers plaats voor heuvels en savanne. Rond Natitingou wonen Somba-gemeenschappen in tata’s: versterkte huizen van aarde met woonruimten, opslagplaatsen en terrassen binnen hoge muren. In Pendjari trekken olifanten, antilopen en leeuwen door het droge landschap. Op tafel komen maïs, yam, bonen, pinda’s en palmolie terug in stevige sauzen en deeggerechten, vaak met gegrilde vis of vlees.
Benin vraagt tijd om van kust naar noorden te kijken. Neem plaats in een pirogue, loop over een markt of eet mee aan een eenvoudige maaltijd: dan komen de verschillen tussen de streken vanzelf dichtbij.
